Terwijl de meeste foodtrends steeds ingewikkelder worden, gebeurt er in Frankrijk het tegenovergestelde. Sterrenchefs die jarenlang op moleculaire techniek en twaalfgangenmenu's leunden, openen nu een tweede zaak om de hoek: een simpele bistro met precies drie gerechten die hun grootmoeder ook al maakte. Volgens de inspecteurs van de Michelin Gids is dit een van de opvallendste foodtrends van 2026, en de beweging waait inmiddels ook over naar steden als Hongkong, Londen en Amsterdam.
Geen sous-vide, geen schuimpjes, geen borden vol pincet-werk. Gewoon blanquette de veau, œufs mayonnaise en île flottante, gerechten die decennialang als ouderwets golden en nu ineens weer overal opduiken. Ik leg uit waarom, en wat je er zelf mee kunt.
Van sterrenkeuken naar de buurtbistro
De trend zit hem niet in nieuwe recepten, maar in een omgekeerde beweging. Chefs met een Michelinster runnen steeds vaker een tweede, veel toegankelijker restaurant naast hun gastronomische zaak. Daar staat geen degustatiemenu op de kaart, maar precies het soort gerecht dat in elke Parijse buurtbistro al honderd jaar wordt geserveerd. Dezelfde chef, hetzelfde vakmanschap, maar zonder de poeha en zonder de rekening van driehonderd euro per persoon.
Wat begon als een Frans fenomeen, duikt inmiddels ook buiten Frankrijk op. In Hongkong openen restaurants die de sfeer van een eeuwenoude Parijse bistro overnemen, tot en met de gehavende houten stoelen en het handgeschreven menu aan toe. De aantrekkingskracht zit in het contrast met de rest van de foodwereld: waar alles steeds spectaculairder moet ogen voor social media, wint hier juist de gerechten die niemand zou fotograferen voor Instagram.
Blanquette de veau, het gerecht dat nooit echt weg was
Blanquette de veau is een stoofpot van kalfsvlees in een romige, lichte saus op basis van bouillon, boter en room, op smaak gebracht met citroen en nootmuskaat. Geen bruine jus, geen karamellisatie, alleen zachtgekookt vlees in een saus die eruitziet als niets bijzonders en smaakt als ultiem comfort food. Precies dat maakt het gerecht nu weer relevant: in een tijd waarin fermentatie en felle smaakcontrasten als swicy (zoet-pittig) en fricy (fruitig-scherp) de kaart domineren, is een simpele, milde stoofpot een verademing.
Wie het zelf wil maken, hoeft geen ingewikkelde technieken te beheersen. Het draait vooral om geduld: laat het vlees minimaal anderhalf uur zachtjes trekken voordat je de roux met room afmaakt, anders wordt het taai in plaats van boterzacht.
Œufs mayonnaise, Frankrijks vreemdste nationale trots
Weinig gerechten zijn zo geliefd én zo omstreden als œufs mayonnaise: een hardgekookt ei, gehalveerd en overgoten met huisgemaakte mayonaise en een vleugje mosterd. In 2010 richtte een groep Franse chefs zelfs een officiële vereniging op om het gerecht tegen middelmatige versies te beschermen, met een eigen keurmerk voor restaurants die het serveren zoals het hoort. Dat een gerecht van drie ingrediënten zoveel toewijding oproept, zegt iets over waar de Franse keuken nu weer naar teruggrijpt: niet naar nieuwe ingrediënten, maar naar oude gerechten die eindelijk weer goed worden uitgevoerd.
Het geheim zit in de mayonaise. Een potje uit de supermarkt doet het gerecht tekort, terwijl zelfgemaakte mayonaise met een goede mosterd en een vleugje azijn het verschil maakt tussen een saai snackje en een klein hoogstandje.
Île flottante, het dessert dat letterlijk drijft
Île flottante bestaat uit een luchtige meringue die drijft op een laagje crème anglaise, vaak afgewerkt met een sliert karamel. Het is een dessert dat er ingewikkeld uitziet, maar in essentie neerkomt op twee klassieke technieken: een custard trekken en eiwit stijfkloppen. Net als blanquette en œufs mayonnaise dankt het zijn comeback aan de tegenbeweging tegen overdreven patisserie. Geen taartlagen, geen goudfolie, alleen textuurcontrast tussen zacht schuim en gladde room.
Wie een avond Franse bistrokost wil naspelen, kan met deze drie gerechten een compleet menu op tafel zetten zonder een gram exotisch ingrediënt nodig te hebben. Alles is verkrijgbaar bij de gewone supermarkt, wat meteen verklaart waarom het gerecht zich zo makkelijk verspreidt naar keukens buiten Frankrijk.
Waarom eenvoud nu wint van spektakel
De comeback van de bistrokeuken staat niet op zichzelf. Volgens dezelfde Michelin-inspecteurs kenmerkt 2026 zich juist door minder hype en meer inhoud: chefs koken weer boven open vuur, fermentatie krijgt een vaste plek op de kaart, en traditionele keukens evolueren in plaats van dat ze compleet opnieuw worden uitgevonden. Simpele bistrogerechten passen naadloos in die beweging. Ze vragen geen nieuwe technieken, geen exotische ingrediënten en geen uitleg vooraf. Je weet wat je bestelt, en dat is precies de aantrekkingskracht na jaren van foodtrends die eerst moesten worden uitgelegd voordat je ze durfde te proberen.
Ook qua drank sluit de trend mooi aan: bij dit soort gerechten hoort geen uitgebreide wijnkaart vol onbekende druivensoorten, maar gewoon een fatsoenlijk glas dat niet de hoofdrol opeist. Wil je weten hoe je zonder budget te verbranden toch een goede fles vindt? Lees ook ons artikel over betaalbare wijn.
Dit ga je morgen anders bestellen
De volgende keer dat je een Franse kaart openslaat en tussen de namen van gerechten met een woord of tien staat een regel met alleen "œufs mayonnaise" of "blanquette de veau", weet je nu dat je niet naar het goedkoopste gerecht op de kaart kijkt, maar naar het gerecht waar de chef zelf het liefst mee begint. Dezelfde beweging zie je trouwens terug bij andere wereldkeukens die de laatste jaren juist hun eigen, ongepolijste klassiekers weer omarmen in plaats van ze aan te passen aan westerse smaak: kijk maar naar hoe de Peruaanse keuken de wereld verovert zonder haar straatgerechten te verbergen.
Zin om zelf een avond in bistrostijl te koken zonder ingewikkeld te doen? Combineer het met een ander laagdrempelig, gezellig concept en zet ook eens een hot pot op tafel voor de volgende keer dat vrienden langskomen. Twee totaal verschillende keukens, dezelfde filosofie: het gerecht hoeft niet ingewikkeld te zijn om onvergetelijk te smaken.